Buiten klimmen: 4 lessen die ik eerder had willen leren
Door: Esther
Buiten klimmen is fantastisch. Je hangt aan de rots, voelt de wind in je haren en naarmate je hoger komt, wordt het uitzicht indrukwekkender. En dan besef je ineens hoe hoog je boven je laatste setje uit geklommen bent, en hoe ver de volgende haak nog weg is. Kun je vertrouwen op je klimtechniek, of neemt je hoofd het over en sla je dicht? In de gevallen dat mij dit overkomt denk ik weleens terug aan de tijd dat ik in vliegende vaart mijn klimbewijzen verzamelde. Zou ik het overdoen, dan zou ik de volgende 4 dingen anders aanpakken:
1. Ervaring opdoen
Maak veel voorklimmeters op moeilijkere routes in de hal. Voorklimmen, iedere 90 centimeter clippen en verder. Hierdoor leer je welke lichaamsposities handig zijn voor het clippen, hoe lang je het volhoudt voordat je daadwerkelijk valt en … als je valt, dat dit ook veilig kan.
Ga je vervolgens naar buiten, kies dan makkelijkere routes en ga ook hier meters maken. Grotere haakafstanden en het moeten vinden van grepen, maken buiten klimmen een stuk spannender dan in de overzichtelijke hal.
2. Routes inschatten
Buitenklimroutes moet je inschatten op hun werkelijke staat, in hun eigen gebied. De topo geeft een indicatie, maar vertelt niet het hele verhaal. Allereerst is niet ieder gebied hetzelfde gewaardeerd. Het komt buiten ook regelmatig voor dat er weinig haken zijn gebruikt, en dat je dus ver klimt voordat je weer eventjes kunt afzekeren. Ook dit maakt een route (psychisch) moeilijker.
Als laatste speelt er mee door wie en wanneer een gebied is ontwikkeld. Ervaren en sterke klimmers schatten soms in dat een route makkelijk door te komen is ten opzichte van de rest in het gebied, terwijl dit voor een beginnend buitenklimmer keihard werken is. Dit komt vooral voor in gebieden met routes die gemiddeld hoog gewaardeerd zijn. De 6A is dan geen 6A zoals je in de hal zou tegenkomen. Kortom, schat routes hoger, en jezelf lager in dan in de hal.
3. Klim- en valtechniek eigen maken
Terugkomend op het punt dat voorklimmeters maken in de hal je helpt om zekerder te worden in het klimmen, clippen en vallen, kun je ook specifiek aandacht besteden aan je klim- en valtechniek. Daar je in de rots niet altijd goed ziet wat de beste greep is, helpt een technische oplossing je de greep eventjes te voelen alvorens je kiest en verder beweegt.
Datzelfde geldt voor vallen. Door in de hal al veelvuldig te oefenen met valmotoriek vanaf verschillende hoogtes, wordt het een automatisme. Dat vertrouwen dat je situaties kunt oplossen zonder er veel bij na te hoeven denken, helpt enorm in je plezier op de rots!
4. Kies plezier boven prestatie
De fysieke prestatie van klimmen brengt iets. Een gevoel van voldoening na hard werken. Lichaam en geest hebben samengewerkt en je bent weer eventjes je eigen held. Maar … dat je in de hal, of vorig jaar in hetzelfde gebied, of in je hoofd, of omdat je vrienden het zeggen, hard kunt klimmen, kan je ook enorm in de weg gaan zitten. Een tandje minder moeilijk, een tandje meer zelfcompassie, een beetje meer lol brengt je zoveel meer in het buitenklimmen. Ga gewoon buitenspelen, op de rots, met een touw en kom moe maar voldaan weer thuis.
Kortom, ambieer je naar buiten te gaan, of ben je net begonnen met buiten voorklimmen zorg dan dat je oefent, routes niet te licht inschat en vooral, dat je plezier maakt.

Kies hiervoor bij voorkeur een 3-staps karabine.


















