Shopping Cart
×
0
Skip to main content
Kenniscentrum

Klimtouwen

Algemeen

Binnen de klimsport maken we in principe gebruik van dynamische touwen (1). Alle klimtouwen zijn dynamisch en hebben een rek van ongeveer 30%. Deze rek zorgt ervoor dat de krachten die bij een val op het lichaam inwerken worden beperkt, waardoor blessures worden voorkomen.

Een klimtouw bestaat uit twee onderdelen: de kern en de mantel.

  • De kern bepaalt de sterkte en rek van het touw.
  • De mantel vormt de beschermende buitenlaag en beschermt de kern tegen slijtage en beschadiging.

Samen zorgen deze twee structuren voor een sterk en veilig klimtouw. Een klimtouw heeft een werkbelasting van meer dan 12 kN en een breeksterkte tussen 14 en 18 kN. Deze krachten worden bij normaal klimmen niet bereikt. Zelfs bij een voorklimval ontstaat er doorgaans maximaal 6 kN belasting in het systeem.

Soorten dynamische klimtouwen

Binnen dynamische klimtouwen onderscheiden we drie hoofdtypen:

Tweelingtouw (twin rope)

Een tweelingtouw bestaat uit twee losse touwen die altijd samen worden gebruikt en als één geheel worden beschouwd. Beide strengen worden tegelijk in de tussenzekeringen geklipt. Doordat de touwen altijd samen worden gebruikt, kunnen de afzonderlijke strengen dun zijn.

  • Diameter: ca. 7,5 – 8,5 mm
  • Gewicht: ca. 38 – 45 g per meter

Tweelingtouwen worden veel gebruikt bij alpien klimmen, ijsklimmen en multipitchroutes. Voor deze dunne diameters zijn speciale zekerapparat

en nodig; niet alle zekerapparaten zijn hiervoor geschikt.

Halftouw (half rope)

 

Halftouwen bestaan eveneens uit twee losse touwen die gelijktijdig worden gebruikt. De klimmer is aan beide strengen gezekerd, maar klipt per tussenzekering slechts één van de twee touwen in.

  • Diameter: ca. 8 – 9 mm
  • Gewicht: ca. 41 – 55 g per meter

Het gebruik van halftouwen vermindert touwwrijving, zorgt voor een mooier touwverloop en maakt het mogelijk om met twee naklimmers tegelijk te klimmen. Halftouwen worden vooral gebruikt bij tradklimmen en multipitchroutes. Ook hier zijn speciale zekerapparaten nodig.

Abseilen met tweeling- en halftouw

Zowel tweeling- als halftouwen hebben als voordeel dat ze bij het abseilen aan elkaar kunnen worden geknoopt met een dubbele vissersknoop (of platte knoop), mits deze netjes is gelegd, goed is aangetrokken en voldoende staart heeft (minimaal 30 cm). Hierdoor kan over de volledige touwlengte (50 of 60 meter) worden geabseild, wat vaak noodzakelijk is bij de afdaling van multipitchroutes.

Een bijkomend voordeel van twee touwen is dat het gewicht verdeeld kan worden tijdens aanloop en afdaling.

Enkeltouw (single rope)

Een enkeltouw bestaat uit één enkele streng en is het meest gebruiksvriendelijk.

  • Diameter: ca. 8,8 – 11 mm
  • Gewicht: ca. 50 – 80 g per meter

Enkeltouwen zijn ideaal voor sportklimmen. Door de grotere diameter zijn ze doorgaans robuuster en slijtvaster. Het hogere gewicht speelt bij sportklimmen meestal een minder grote rol. Een diameter tussen 9,0 / 9,2 en 10,5 mm werkt het meest optimaal met standaard zekerapparaten.

Meervoudige markeringen (dual & triple rated touwen)

Steeds vaker komen touwen op de markt met twee of zelfs drie markeringen. Dit zijn combinaties van:

  • tweeling + half
  • of zelfs tweeling + half + enkel (triple rated)

Deze touwen voldoen aan de normen voor alle gebruiksvormen: ze zijn sterk genoeg voor gebruik als enkeltouw en hebben bij gebruik als tweeling- of halftouw een acceptabele vangstoot.

In de praktijk zijn deze touwen echter niet altijd ideaal. Meestal worden ze toch voor één specifieke discipline gebruikt.
Bijvoorbeeld: de Petzl Volta 9,2 mm heeft een triple rating. Voor singlepitchklimmen heb je minimaal een touw van 70 meter nodig. Voor half- of tweelingtouwgebruik

heb je dus twee touwen van die lengte. Bij sportklimmen slijt vaak één streng meer dan de andere. Hoewel je dit kunt afwisselen, betekent dit bij multipitchklimmen dat je twee relatief dikke en zware touwen meeneemt, wat niet altijd praktisch is.

Normen

Alle klimtouwen moeten voldoen aan de Europese norm EN 892.
Deze norm beschrijft de veiligheidseisen voor dynamische touwen die worden gebruikt bij sportklimmen, alpinisme en ijsklimmen. Een touw met EN 892-markering heeft uitgebreide tests doorstaan.

Wat EN 892 garandeert

  • Voldoende energieabsorptie ter bescherming van klimmer, zekeraar en zekerpunten
  • Voorspelbaar gedrag bij vallen
  • Geschiktheid voor het beoogde gebruik (enkel-, half- of tweelingtouw)

Wat EN 892 niet zegt

  • Niets over levensduur of slijtvastheid
  • Niets over snijweerstand
  • Geen kwaliteitsvergelijking: het is een minimale veiligheidsnorm

Testonderdelen binnen EN 892

Valtest (normval)

  • Enkeltouw en tweelingtouw: getest met 80 kg
  • Halftouw: getest met 55 kg

Het gewicht bevindt zich 2,3 meter boven een tussenzekering en maakt een val van ca. 4,7 meter.

  • Enkeltouw & tweelingtouw: minimaal 5 normvallen
  • Maximale rek: 40%
  • Maximale vangstoot:
    • 12 kN (enkel/tweeling)
    • 8 kN (half)

Statische verlenging
Een touw mag bij normaal gebruik niet te veel rekken. Dit wordt getest door het touw statisch te belasten:

  • Beginwaarde: 1 meter touw met 5 kg
  • Daarna belasting tot 75 kg
  • Maximale rek:
    • 10% bij enkel- en tweelingtouw

Mantelverschuiving
Een stuk touw van 2 meter wordt door vijf drukplaten getrokken. De mantel mag hierbij maximaal 40 mm verschuiven.

 

 

Moderne touwen laten in de praktijk vrijwel geen mantelverschuiving meer zien.

Knoopbaarheid
Een touw moet goed te knopen zijn. Dit wordt getest door een knoop te belasten:

  • Eerst 1 kg om de knoop te sluiten
  • Daarna 10 kg belasting

Als de knoop niet sluit tot maximaal 1,1 × de touwdiameter, wordt het touw afgekeurd.

Touwdikte
De opgegeven diameter wordt gemeten onder belasting:

  • Enkeltouw: 10 kg
  • Halftouw: 60 kg
  • Tweelingtouw: 5 kg

Hierdoor kan de gemeten diameter afwijken van de waarde die de fabrikant opgeeft.

Levensduur

De levensduur van een klimtouw is sterk afhankelijk van gebruik en verzorging. Fabrikanten geven meestal een maximale levensduur van 10 jaar aan. Bij regelmatig gebruik wordt deze termijn vaak niet gehaald.

Tips om de levensduur te verlengen

Nieuw touw uitpakken
Nieuwe touwen zijn in de fabriek vaak opgerold om knikken te voorkomen. Bij eerste ingebruikname is het belangrijk het touw volledig af te wikkelen. Dit vermindert kringels tijdens gebruik.
Ontstaan er toch kringels (bijvoorbeeld door verkeerd zekeren of abseilen), laat het touw dan volledig vrij uithangen, bijvoorbeeld na het ombouwen van een route.

Transport en opslag
Vervoer en bewaar touwen bij voorkeur in een touwzak. Dit beschermt tegen vuil en UV-straling. Knoop de uiteinden vast aan de touwzak zodat het touw bij een volgende sessie direct klaar is voor gebruik. Berg het touw alleen op als het volledig droog is.

Schoonhouden
Touwen zijn gevoelig voor vuil. Gebruik altijd een schone tarp of touwzak en houd ook het zekerapparaat schoon (bijvoorbeeld een Grigri verzamelt snel vuil).
Is het touw toch vies, was het dan volgens de instructies van de fabrikant. Vaak kan dit in een wasmachine op maximaal 30 °C met speciaal touwwasmiddel.

Impregnatie / coating
Geïmpregneerde touwen nemen minder snel vuil en water op. Zodra vuil of water wel binnendringt, slijten ze echter net zo snel als ongecoate touwen.

Core Protect / snijweerstand
Fabrikanten werken al jaren aan betere bescherming tegen doorsnijden door scherpe rotsen. Sommige moderne touwen bevatten aramidevezels tussen kern en mantel, wat de snijweerstand verhoogt.
Dit betekent niet dat deze touwen niet meer kunnen doorsnijden. Er bestaat geen standaardtest voor snijweerstand, waardoor fabrikanten hun eigen methodes gebruiken. Wel is men het erover eens dat deze techniek daadwerkelijk bijdraagt aan extra veiligheid.

 

Controleren van touwen

Controleer je touw voor elke klimsessie. Haal het touw volledig door je handen, inspecteer de mantel en voel naar onregelmatigheden in de kern. Zijn er geen zichtbare of voelbare afwijkingen, dan mag worden aangenomen dat het touw nog in goede staat is.

Veelvoorkomende redenen voor afkeur of inkorten

  • Contact met chemische stoffen (direct afkeuren)
  • Mantelschade door scherpe rotsen
  • Extreem pluizige mantel, vaak in de laatste meters
  • Mantelverschuiving, vooral aan het uiteinde
  • Deformatie van de kern, voelbaar als dunne of zachte plekken
  • Brandschade door wrijvingswarmte

Wanneer een touw moet worden afgekeurd of ingekort is niet altijd objectief vast te stellen. Er bestaat geen universele standaard. Bij twijfel is het verstandig een defensieve keuze te maken.

Ik heb in deze tekst geprobeerd uit te leggen welke soorten touwen er zijn, hoe ze worden getest, hoe je de levensduur kunt verlengen en wanneer een touw moet worden afgekeurd. Hopelijk geeft dit meer inzicht in het gebruik en de veiligheid van klimtouwen.

Heb je vragen, aanvullingen of een ander mening, dan hoor ik het graag. Door kennis te delen maken we samen de klimsport veiliger.

Bronnen: Berg und Steigen · Handbuch Sportklettern Alpenverein · Edelrid Kenniscentrum – UIAA En892